stap 1: de negatiefmal
Een onvermijdelijke tussenstap tussen het originele beeld (het model) en de kopie ervan in was (het wasmodel), is de negatiefmal (tenzij het model rechtstreeks in was is opgebouwd).
Een model kan uit verschillende materialen gemaakt worden (klei, gips, steen, hout). Afhankelijk van het formaat en de complexiteit van het model kan de mal uit meerdere delen worden opgebouwd.
Elk deel van de negatiefmal heeft twee lagen. De eerste laag, de contactlaag, moet zorgen voor de overname van de vorm tot in de fijnste details. Hiervoor wordt siliconenrubber gebruikt. De tweede laag in gips, polyester of epoxyhars, houdt de elastische rubberlaag in de juiste vorm en fungeert als steunmal.

mouleren

stap 2: het wasmodel
In elk deel van de negatiefmal worden met een penseel meerdere lagen vloeibare was aangebracht tot een dikte van ongeveer 5 mm. Als de verschillende ingepenseelde delen uit de mal worden gehaald en weer worden samengebracht, bekomt men het wasmodel: een kopie in was van het oorspronkelijk beeld. De naden die de samengestelde delen van de mal hebben nagelaten, worden met was geretoucheerd. Om de omvang van de gietmallen te beperken en om het gieten en het afwerken te vereenvoudigen, wordt het wasmodel vaak in stukken opgedeeld.

wasmodel

stap 3: de gietkanalen
Rond elk wasmodel wordt een systeem van wassen kanalen gebouwd, die kanalen zorgen ervoor dat het brons bij het gieten gelijkmatig over het hele beeld verdeeld wordt. Vanuit de giettrechter vertrekken de hoofdgietkanalen en via aftakkingen wordt de verbinding met het model gemaakt. Om tijdens het bronsgieten de lucht uit de gietmal te laten ontsnappen, worden op de hoge punten van het wasmodel ontluchtingskanalen aangebracht. Op de laagste punten staan kanalen langswaar de gesmolten was uit de mal kan lopen.

monteren1

stap 4: het droogstoken
Het wasmodel (samen met de gietkanalen, de ontluchtingskanalen en de wasafloopkanalen) wordt met een vuurvast materiaal ingekapseld, zowel rondom het beeld als binnenin (de kern). Dit vuurvast materuaal bestaat uit een vloeibare mengeling op basis van gips (als bindmiddel) en een hittebestendig materiaal zoals gemalen baksteen, porfier of chamotte. De vuurvaste mallen worden vervolgens in de oven droog gestookt. De temperatuur wordt langzaam opgedreven tot 650 °C, het grootste deel van de was smelt en eventuele resten van de was worden bij de hoge temperaturen uit de gietmal weggebrand.

invormen2

stap 5: het brons gieten
Het brons wordt gesmolten op ca. 1150 °C en via de giettrechter in de uitgestookte mal gegoten. Daar vult het de leegte die ontstaan is door het wegsmelten van het wasmodel en de gietkanalen (stap 4).

gieten1

stap 6: het verwijderen van de mal
Eenmaal afgekoeld wordt de vuurvaste mal weggekapt en worden de gietkanalen langsheen het beeld afgezaagd. Om alle resten van het vuurvast meteriaal te verwijderen worden de stukken gezandstraald.

stap 7: het ciseleren
Nadien wordt het beeld geciseleerd. Alle ongewenste sporen die het gietproces achter laat worden weggewerkt (contactpunten tussen gietkanalen en beeld, gietfouten, lasnaden van het hersamenstellen van het beeld,…) .

lassen-en-ciseleren1

stap 8: het patineren
De laaste bewerking van het afgewerkte bronzen beeld is het patineren. Aan de hand van chemische producten (meestal gepaard met opwarming) wordt een kleur aangebracht.

gieterij 1821

Deze site werd gebouwd door www.diverse-dope-dingen.be en draait op WordPress.
Teksten en beelden zijn copyright van De Kunstbronsgieterij.